(traditional) - 't Varken met een paardenstaart
't Was kermis in een zekere stad
Boer Bart die paard en wagen had
Kom, laat ons eens gaan zien
Op de grote boerenwagen
Die steeds gewoon was veel te dragen
Reden zij daarheen, voor z'n plezier zoals ik meen.
Op de kermis aangekomen
Eerst de tenten opgenomen
Op een der tenten stond een man
Te schreeuwen zo hard als ie maar kan
Boeren, burgers en buitenlien
Hier is een wonderding te zien
'n Varken met een paardenstaart
't Is heus den entree waard.
Twee kwartjes eerste rang
Dan zit je ook niet in 't gedrang
Wel zei Bart tot zijn Trien
Dat moet ik zien
Al kost het mij ook tien maal tien
Hij wierp een gulden op de kei
Twee kaarten van de eerste rang.
Een ieder spitst z'n oor en oog
Daar gaat 't wonderding omhoog
Het diertje knort en blaast
En nu legt hij er de paardenstaart naast
Wel sprak Bart, heb ik van m'n leven
Moet ik daarvoor een gulden geven?
Dan kan ik ook wel met mijn Trien
Een ezel met een koeipoot laten zien.
Zie je sprak de man, ik heb je beet
Maar als je straks deez' tent verlaat
Moet je zeggen dat het hier netjes gaat
En die straks weer binnenkomen
Net als jij worden beetgenomen.
- language
dutch- viewed
- 1337 times
- correction